Bezoek aan bibliotheek van Neupré

Sinds 2016 heeft Bohicon ook een samenwerkingsverband met een Waalse gemeente. Neupré ligt tegen Luik en telt zo’n 10.000 inwoners. Erik Fuhlbrügge, Noord-Zuid-ambtenaar  van Zoersel en ik (Erik Breuls, bibliothecaris Zoersel) brengen vandaag een werkbezoek aan de bibliotheek. We zijn nog maar net de zware industriesites van Luik gepasseerd wanneer we, de heuvelrug over, in een charmant Ardens dorpje belanden . Huizen in natuursteen kruipen tegen de valleiwand naar beneden, en midden in het centrum staat een cultuurhuis, met bibliotheek op de eerste verdieping.

We worden hartelijk ontvangen door Virginie Defrang-Firket (burgemeester), Mathieu Bihet (schepen voor o.a. bibliotheek), Nathalie Siola & Romain Zanettin (Noord-Zuid-ambtenaar) en Jean-François Hué (bibliothecaris).

De bibliotheek van Neupré heeft twee uitleenposten in Plainevaux en Neuville. Zoals in Zoersel richt de bibliotheek zich op jeugd en volwassenen, hebben ze een aangepaste collectie voor doelgroepen, zoals groteletterboeken en hebben ze een erfgoedcollectie uitgebouwd over de geschiedenis van hun streek.

Ons samenwerkingsverband met Bohicon is gericht op het ondersteunen van collega-ambtenaren. De afgelopen jaren is gebleken dat de bibliothecaris van Bohicon, ondanks zijn enthousiasme, vele competenties mist om een goede bibliotheekwerking uit te bouwen. Onze vraag vandaag is of de bibliotheek van Neupré mee de bibliothecaris van Bohicon kan coachen. Het antwoord is positief!

Dat de bibliothecaris van Neupré Franstalig is zal een grote meerwaarde vormen voor onze samenwerking. Ook voor het project van de vertelplaten. We hebben een prototype meegenomen als geschenk. De bibliothecaris wil zich ontfermen over de Franse teksten en deze mee aanpassen voor een jeugdig publiek.

Het is een vruchtbare namiddag  en we keren tegen de avond tevreden terug naar Zoersel. Nu met een samenwerkingsverband tussen de bib van Zoersel – Bohicon -Neupré.

 

 

 

 

Stratenloop van Bohicon

Ik weet niet waarom ik het 4 weken heb uitgesteld, maar van uitstel mag geen afstel komen. In Halle-Zoersel is het eind september stratenloop en ik wil kost wat kost 15 km in de straten van Bohicon rondhossen.

In Bohicon zie je weinig mensen   recreatief lopen. Fysiek sporten interesseer slechts een kleine groep mensen. En waarom zouden ze. Iedereen stapt hier met gemak  10.000 stappen per dag, de meesten heffen dagelijks 100 keer een mand van 15 kg op het hoofd. Het zijn vooral teamsporten zoals voetbal, handbal en basket die populair zijn.

Participanten zoeken om te gaan loopen is niet makkelijk. Een lange afstand is hier 3 km; de vooropgestelde 15 km is zottekesspel

Het is de laatste dag bij het gastgezin. Ik heb de wekker om 6 uur gezet (mocht Alice voor deze laatste nacht vergeten een pot luidschallend om 6 uur te laten vallen). Het is donker als ik aan de poort vertrek en er beginnen lichte regendruppelts te vallen. Misschien een teken om het plan op te bergen en nog enkele uurtjes te slapen. 

Ik zie het als een geluksteken. Regenweer is ideaal om te lopen en zeker hier. De stoffige omgeving geeft je een constant gevoel van een kettingroker die naar adem snakt. De regen zuivert de lucht van rode aarde en vult ze met zuurstof. 

De druppels vormen zich na enkele kilometers  tot een stortvloed die de straten verandert in beken. Het zorgt voor een aangename temperatuur die me motiveert om verder te zetten. Uiteindelijk kom ik na 1 uur en 50 minuten aan. De eerste stratenloop van Bohicon is een feit. 


Hopelijk vind ik voor een volgende editie meer participanten. Dit zal moeilijk worden. Iedereen verklaart me hier zot. 

Nachtelijk bezoek

Na verloop van tijd wordt alles wat relaxer. De muggenspray blijft vaker in de rugzak en de handen worden minder met een hygiënisch gelletje ingewreven. Momenteel allemaal zonder gevolg. Zolang je elke dag maar een malariapil neemt; dat is het belangrijkste.

Je moet de kat echter niet bij de melk zetten. Naast mijn bed heb ik een overschotje maïs staan van het filmavondje voor de jongeren. Vanmorgen lagen de korrels verspreid over de kamervloer. De rat des huises, die ik regelmatig ’s nacht over het dak hoor hollen, heeft haar weg naar beneden gevonden. Het is een stille en beleefde eter. Hij heeft me vriendelijk laten doorslapen en maar een fractie voor zichzelf genomen.  Ik heb er niets van gemerkt. 

Toch houd ik onaangekondigde bezoek eenmalig. De onaangeroerde overschot heb ik ’s avonds gebruikt voor een feestje met de andere leden van het gastgezin.

Spelletjesavond met adji en axi

Na drie dagen alleen op hotel in Cotonou is het warm thuiskomen in het gezin van Sossohouhe. In de eerste twee weken zijn Leen en ik de witte schapen van de familie geworden die altijd mogen binnenspringen voor een bed of maaltijd. 

Tegen de avond haalt gastmoeder, Martine, een adji/awalé boven. Een typisch Afrikaans gezelschap dat je overal ziet spelen op een dood moment (waar geen gebrek aan is). 

Ondanks de aankoop van 2 adjis de vorige jaren  kreeg ik het spel nooit echt onder de knie. Met een directrice van een kleuterschool als gastmoeder, en nadien een zus die je het spel zelf  moet uitleggen kan ik de spelregels probleemloos en zonder discussie meegeven.

Het spel heeft twaalf kuiltjes. Bij de start liggen er in elk kuiltje 4 zaadjes. Elke tegenstander heeft één kant van het speelbord (6 kuiltjes) waar hij zaadjes uit de kuiltjes mag nemen. 

Beurtelings neemt een speler uit een kuiltje alle zaadjes en begint tegen uurwijzer in de zaadjes in de kuiltjes te planten (één zaadje per kuiltje). Je blijft ook zaadjes planten in de kuiltjes aan de kant van de tegenspeler.

Doel van het spel is om bij het zaaien te eindigen in een kuiltje van de tegenstander waar één of twee zaadjes in liggen. Als dit lukt mag je de zaadjes (2 of 3 stuks) nemen. Liggen er in het kuiltje ervoor ook 2 of 3 zaadjes dan zijn die ook gewonnen (de 2 of 3 zaadjes moeten wel op elkaar volgen en moeten aan de kant van de tegenspeler liggen)

Heb je bij het zaaien meer dan 12 zaadjes dan sla je het kuiltje waar de zaadjes genomen hebt over wanneer je heel het bord bent rondgegaan. 

Het spel eindigt wanneer een tegenspeler geen zaadje kan verplaatsen omdat al zijn kuiltjes leeg zijn (dit mag een tactische zet zijn van de tegenstander). 

De winnaar is diegene die het meeste zaadjes heeft geoogst.

Rekenknobbels en strategen zullen van het spel smullen, oververmoeide bibliothecarissen zonder lief zijn beter af met axi (uitspraak: aghi). Hier komt geen verstand bij kijken. Je moet gokken in welk hand de tegenspeler een zaadje houdt. 

Het spelbord is een spiraal. Raad je de juiste hand dan mag je een pion op de buitenste rand van de spiraal zetten en zelf het zaadje verstoppen. Zolang de tegenstander de juiste hand niet raad mag je dit blijven doen en mag je steeds een schil opschuiven naar het centrum. De winnaar is diegene die het eerst het hart van de spiraal bereikt. 

Een gat in je hand

Met € 1.524 op zak ben je een miljonair in Benin. Een brood kost 125 CFA (€0,19), een grote cola 500 CFA (€0,76), een diner in een beter restaurant tussen de 2000 CFA (€3) en 6000 CFA (€9). 

Een alleenstaand huis heeft Jean twee jaar geleden voor 10.000.000 CFA (€15.244) op kop de kunnen tikken met een keuken, badkamer, drie slaapkamers, kangeroewoning voor de grootmoeder, buiten keuken, waterput, maïsveldje en pergola. 

Uitgezonderd Westerse producten is alles redelijk goedkoop in Benin. Overal vind je kleine kraampjes die voor kleine bedragen kleine spulletjes verkopen. Al die kleine sommetjes tellen snel op als je niet oplet. Een taxirit naar de bib (250 CFA), een zakje koelikoeli als snack (100 CFA), een tros banaantjes (400 CFA), een stofje (4000 CFA) op de markt, een beeldje (3000 CFA), naar het zwembad (1000 CFA),… 

Het kooppatroon dat ik hier de afgelopen weken heb ontwikkeld, benadert dat van de gewone Beninese man op de straat. Geld wordt snel uitgegeven. Er wordt volgens mij weinig of niet gespaard. De briefjes van 500 zien er niet voor niets veel gebruikt uit, en als je aan de munten van 100 en 200 CFA denkt, haal je meteen je handgelletje boven.

Smaakt naar meer

Beschik je over een goede reisbijstandsverzekering dan is een taxi-zem de moeite waard. Achterop een motor scheur je door de modderigste straten en laveer je op de drukste kruispunten door de verkeersdrukte. Ik heb me nog nooit op mijn verzekering moeten beroepen, en ik weet niet of dat een mirakel mag heten. 

In elke grotere stad zie je honderden taxi-zem kleurrijk in alle richtingen voorbij schieten. Aan de hesjes is snel te zien in welke stad je vertoeft. Paars in Bohicon, geel in Cotonou, blauw in Porto Novo, …

De chauffeurs mogen dan kampioenen van de weg zijn, overal hoor je verhalen van iemand die een motoraccident heeft gehad. Claude van de bibliotheek heeft in mei nog enkele weken in coma gelegen. Mijn openingszin tegen een chauffeur: “Je ne suis pas pressé. Nous avons tous le temps”.

Een motorrit is handig en snel in de stad maar voor langere afstanden zijn er bushtaxis. Elke rit is een wedstrijd ‘hoeveel reizigers krijg ik in mijn wagen gestouwd’. Zonder airco is het vervolgens in snelvaart naar de eindbestemming.  

Voor het bezoek aan de bibliothèque nationale in Porto Novo moet er voor de eerste keer in vijf jaar eigen vervoer worden geregeld. Voor iemand die constant in een 4×4 wordt rondgereden, met de airco op winterse temperaturen kan een bushtaxis een helse rit worden, maar ik moet bekennen dat het naar meer smaakt. Het vogelperspectief van de terreinwagen wordt geruild voor dat van een kikker, terwijl een kapotte achteruit zorgt voor een aangename verkoeling. Mensen schenken minder aandacht wanneer je voorbij scheurt en in de wagen ontrollen zich de meest bizarre gesprekken.

Voor 1000 CFA (€1,5) rij je van Cotonou naar Porto Novo, voor 3500 CFA (€5,5) in Bohicon. Op een groot plein aan de markt staat het vol wagens en busjes die wachten tot er niemand meer bij kan. En dan is het richting alle uithoeken van Benin.

 

Royaal ontbijt

Het is 8.30 uur als de hotelreceptie me telefonisch wekt. 

Om hoe laat heeft u graag uw ontbijt? 

Om 9.00 uur s.v.p.

[paar seconde stilte]

Is om 9.30 uur ook goed?

Ok.

[telefoon wordt neergelegd, om een halve minuut later opnieuw te rinkelen]

Wilt u een omelet bij het ontbijt?

Ja, graag.

[paar seconde stilte]

U kunt toch om 9.00 uur ontbijten.

OK, à tour à l’heure.

Is het de omelet die er voor zorgt dat ik mijn ontbijt een halfuur vroeger krijg of heeft de kok even alles op een rijtje gezet wat er voor een ontbijt dient te gebeuren? 

Het lukt hem uiteindelijk in 25 minuten. Om 8.55 uur wordt ik gebeld voor mijn ontbijt dat eerst een uur ging duren.


Gisteren voorgeschoteld is vandaag afgeruimd

Om 20.00 uur Beninese tijd beginnen de meeste buiken hier te grollen. Iets later dan in België worden de benen onder tafel geschoven om het avondmaal te nuttigen. Een echt vast etensuur wordt er niet gehanteerd. Mensen eten wanneer het hen uitkomt.   

Na de laatste jongeren van Zoersel aan de luchthaven te hebben gedropt blijf ik alleen in Benin achter. Aan gezelschap zal het me echter niet ontbreken. Om 22.00 uur wordt ik aan mijn hotel L’Etoile opgehaald door Hugues om met Blanchard en twee vriendinnen iets te gaan eten in een maquis in Cotonou. 

Allen zijn zeer sociaal met hun smartphone in de weer tijdens het wachten op onze bestelde gerechten. Facebook- & WhatsApp-berichten lichten op en worden met een glimlach stilzwijgend gelezen.  

Om 23.40 uur verschijnt onze pâte rouge met vis eindelijk op tafel om de dag nadien te worden  afgeruimd.

Het hoofd er bij neerleggen

Bij de Michelin-gids heb je met één ster ruim voldoende. Voor een hotel wordt de lat een paar sterren hoger gelegd. 

Hotel La Résidence de l’Étoile pronkt met één ster op haar voorgevel. Het blijkt uiteindelijk een verwijzing naar de naam, eerder dan het kwaliteitslabel. Dat het mogelijk Westerse toeristen zou kunnen afschrikken laat de hoteluitbaters volgens mij koud.  

Naast enkele grotere Westerse hotels zoals Ibis en Novotel, vlakbij de luchthaven, vind je in Cotonou in elke prijsklasse hotels en hotelletjes. 

Aan de schakering van de eetzaal te zien ben ik in een handelsreizigershotel beland. Als economische hoofdstad van Benin komen mensen hier samen om te handelen. 

Ik heb een ruime kamer met airco, WIFI, tv en badkamer met ligbad (eerste keer in Benin), maar de ster gaat toch naar de twee kopkussens. Ik kan er ’s avonds heerlijk mijn hoofd bij neerleggen.

Laat de beelden spreken

Nu de reis er voor acht jongeren op zit, blijven we met drie Belgen achter in Bohicon. The more the merrier zegt men, al biedt een kleine groep reizigers ook een heleboel kansen.

Wat vorige weekend nog van elf verlanglijstjes moest worden geschrapt, kan nu met drie motoren met chauffeur, vroeg uit de veren (6.00 uur) & droog weer toch doorgaan. Het waterwoud bij Zogbodomey is een adembenemde ervaring. 

De stilte van de natuur, klinkt oorverdovend na drie weken grootstad. Het constante geclaxonneer van motoren en gepuf van pletmolentjes ruimen plaats voor het niets. Enkel het geluid van een pedel die zich neerpoot in het water en exotisch vogelgezang in het reuzehoge bladerdak. 

Laat de beelden voor zich spreken.